Profiel, imago en expertise

Op het BAP is niet de onderwijsorganisatie bepalend voor het onderwijsprogramma, maar de kernkwaliteiten van de leerling. Leerlingen worden op het BAP voorbereid op hun maatschappelijk functioneren en toe geleid naar duurzaam werk middels een individueel traject.
 

Het BAP werkt niet met klassen, maar met gepersonaliseerd leren, d.w.z. elke leerling heeft één docent en één transitiecoach (soms verenigd in dezelfde persoon). De docent/transitiecoach is regievoerder voor iedere leerling. De persoonskenmerken van de individuele leerling vereisen een heldere en eenduidige aansturing en begeleiding.

 

Elk traject is gefundeerd op een zorgvuldige intake, waarbij eigen functioneren en mogelijkheden met alle betrokkenen worden besproken. De kwaliteiten van de leerling zijn leidend, de doelen sluiten daar op maat bij aan. Inzicht in eigen persoon en vaardigheden is noodzakelijk, evenals de volledige ondersteuning vanuit ouders/ wonen en beschikbare zorg en hulp. Dit doelgericht handelen is gericht op de taakstellingen binnen de uitstroomprofielen ‘Wet kwaliteit VSO’.
Vaak heeft het BAP een schakelfunctie tussen school, ouders, hulpverlening, zorg en werkgever. Een breed netwerk is van groot belang voor het vinden van passend werk, vervolgonderwijs of dagbesteding, maar ook voor het organiseren van effectieve zorg en hulpverlening.

 

Uitgangspunten voor het leerplan van de leerling:
• er is altijd samenhang tussen kerndoelen en stages, deze koppeling van leren in theorie en leren door te doen in de praktijk staat beschreven in het Ontwikkelingsperspectief van de leerling
• er is altijd aandacht voor alle transitiegebieden (leren, werken, wonen, vrije tijd en burgerschap)

Er wordt op veel manieren gekeken naar de mogelijkheden, motivatie en interesses van de leerling om passende stage en opleiding met elkaar te vinden.
 

Er worden onderwijsarrangementen aangeboden voor het uitstroomprofiel arbeid, loonvormende dagbesteding of schakelen naar vervolgonderwijs.